Tegenwoordig worden steeds meer merries bevrucht door kunstmatige inseminatie. Maar het paard kan ook op een natuurlijke wijze worden gedekt. Bij sommige rassen gebeurt dit ook wel door het gezamenlijk weiden van enkele merries en één hengst. Op deze wijze zoeken de hengst en de hengstige merrie zelf uit op welk tijdstip de merrie gedekt wordt. Hier is geen hulp van mensen bij nodig. Het nadeel hiervan is dat je niet weet wanneer een merrie gedekt is en je dus ook niet goed weet wanneer het drachtig is en daarop gecontroleerd kan worden. Je weet ook niet zeker of de hengst alle merries gedekt heeft, omdat hij in een grotere groep bepaalde voorkeur kan hebben. Over het algemeen wordt met dit systeem toch goede resultaten geboekt.

Daarnaast kan een merrie ook op een natuurlijke manier worden gedekt met hulp van de mens. De hengstige merrie wordt naar de hengstenhouder gebracht. Daar wordt ze door de hengst gedekt wanneer de tijd daarvoor rijp is. De hengstenhouder begeleidt zijn hengst hierbij. De benen van de merrie worden vaak met touwen kruislings vastgemaakt zodat ze niet naar achter kan slaan en de hengst niet kan verwonden. Het voordeel van deze methode is dat de tijdstip van dekken nu wel bekend is.

Kunstmatige inseminatie (K.I.)
Bij kunstmatige inseminatie wordt een merrie bevrucht door sperma van een hengst met behulp van een rietje. Met K.I. wordt het overbrengen van SOA’s voorkomen (mits de hengst niet besmet is) en kunnen er meer bevruchtingen plaatsvinden uit één zaadlozing van de hengst. Bovendien hoeft er niet meer met hengst en merrie te worden gereisd en kan het zaad ook worden ingevroren zodat het te allen tijde en overal beschikbaar is. Bij kunstmatige inseminatie wordt eerst het zaad van de hengst gewonnen. Om sperma op te vangen is er een kunstschede ontwikkeld. Dit is een holle buis die van binnen bekleed is met zacht rubber. Hieraan wordt een ‘beker’ bevestigd om het zaad in op te vangen. Hierin kan ook een filter worden geplaatst om het sperma direct te filteren. De ruimte tussen de buis en de voering kan gevuld worden met warm water. Nadat de penis van de hengst is gereinigd mag de hengst de ‘bokmerrie’ of fantoom bespringen. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van een fantoom wordt hier vaak een merrie voor geplaatst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto van een fantoom, in het boxje ervoor kan een merrie worden geplaatst

De hengst bespringt het en heeft het idee dat hij een merrie dekt, Dan loost hij zijn zaad in de kunstschede. Een hengst kan er op getraind worden staand zijn zaad te lozen wanneer hij niet op een ‘bokmerrie’ of fantoom kan springen. Het zaad wordt in de voorverwarmde beker opgevangen om grote temperatuurschommeling tegen te gaan. Nadat het gefilterd is kan sperma op kwaliteit worden beoordeeld. Hierna kan het zaad verdund worden met een geschikte verdunner om de houdbaarheid van de zaadcellen te vergroten. Het zaad wordt vervolgens bewaard in buisjes van 15 ml, over het algemeen goed voor één inseminatiedosis. Het zaad kan vervolgens worden gecentrifugeerd om de houdbaarheid te vergroten en na het verwijderen van een gedeelte van de zaadvloeistof afgekoeld worden tot koelkasttemperatuur. Het zaad wordt in de koelkast continu in beweging gehouden op een zogenaamde rollenbank om te voorkomen dat er neerslag wordt gevormd. Om het zaad in te brengen in de merrie wordt het buisje in een injectiespuit geplaatst en ingebracht.

Insemineren vers zaad
Bij het insemineren is hygiëne van uitermate groot belang. Je hebt het zaad nodig van de juiste hengst (weergegeven in een code op het buisje). Op de injectiespuit wordt een steriele inseminatiepipet (dat is een plastic rietje van ongeveer 50 cm) bevestigd. De inseminatiepipet wordt volledig gevuld met het zaad uit de spuit. De geslachtsopening van de merrie is intussen gereinigd met alcohol zodat er tijdens het insemineren geen vuil naar binnen mee wordt genomen. De staart kan ook gebandageerd worden om te voorkomen dat er haren in de weg zitten. Voor de hand waarmee de inseminatie wordt uitgevoerd wordt een lange plastic handschoen gebruikt met niet-zaaddodend glijmiddel erop. Het puntje van het inseminatiepipet, dat uit het beschermhoesje is gehaald, wordt met de hand bij de merrie ingebracht. De andere hand houdt de spuit vast. De hand die bij de merrie is ingebracht gaat opzoek naar de baarmoedermond. In het midden bevindt zich de toegang tot een kanaaltje naar de baarmoederholte. De punt van het pipet wordt in dat kanaaltje gebracht, totdat de punt in de baarmoeder is aangekomen. Met de andere hand wordt nu de spuit leeg gedrukt, zodat al het zaad de baarmoeder ingaat. Vervolgens wordt de hand met handschoen weer uit de schede gehaald.

Bron: Paardenfokkerij, Paul de Vries, 2005