Feiten en fabels op het internet

Op het internet woont een aantal zeer hardnekkige fabels. Uit de praktijk blijkt dat deze zeer lastig uit te roeien zijn en hoe vaker ze herhaald worden, hoe vaker ze komen bovendrijven in de zoekresultaten, hoe vaker mensen denken: daar zal toch wel een kern van waarheid in zitten. In onderstaande zal onze huisadvocate Floortje Maat een aantal van deze fabels trachten te ontkrachten.

 

Je mag een paard na aankoop de eerste zes weken/maanden altijd terug brengen

Dit is een uiterst hardnekkig gerucht en het is eenvoudigweg niet waar. De wet maakt voor een paard geen uitzondering. Als je een paard koopt, dan is de kous daarmee af.

 

Een paard is echter wel levende have en daar kan (net als met een fototoestel of een jas) iets mis mee zijn. Of dat nou komt omdat de koper dacht een ‘koopje te scoren’, zich een rad voor ogen heeft laten draaien of is bedonderd, maakt daarbij weinig verschil. Als er echt iets niet in orde is, moet de koper daartegen kunnen ageren. Als de koper van een andere particulier heeft gekocht, is het aan de koper om aan te tonen dat het gebrek dat er zit, al aanwezig was vóór de levering van het paard. Vaak geen eenvoudige opgave.

Als echter, en daar komt die termijn vandaan, de koper van een professionele verkoper heeft gekocht, is het nog altijd aan de koper om aan te tonen wat het paard mankeert en dat dat nu en in de toekomst aan normaal gebruik van het paard in de weg staat (dus de non-conformiteit moet nog altijd door de koper worden aangetoond). Echter, als vast staat dat het paard niet aan de overeenkomst voldoet en de reden daarvan is binnen zes maanden na de levering van het paard aan de koper aan het licht gekomen, gaat de wet (en dus de rechter) ervan uit dat het gebrek al in het paard aanwezig was en dat dat dus de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. De verkoper mag dan nog wel tegenbewijs leveren tegen het vermoeden dat het probleem er al zat. Het is dan dus aan de verkoper om aan te tonen dat het paard bij de levering niet met dat probleem behept was.

 

Omdat dat nogal lastig is, kiezen veel professionele partijen (die ook van de handel moeten leven en geen zin, tijd en geld hebben voor allerlei juridisch getouwtrek, advocatengedoe en beschadiging van de goede naam) er regelmatig voor het paard terug te nemen en een ander paard aan te bieden. In het verleden werd daar makkelijker mee om gegaan, zodat de mythe ontstond dat als je (bij een professional, maar dat detail werd nog wel eens vergeten) binnen zes maanden ging klagen, je het paard zó kon terug brengen. Dit is echter bepaald geen recht, maar een keuze van de verkoper. Kan die het tegenbewijs leveren, dan zal die het er wellicht liever op aan laten komen.

 

Als je [noem willekeurig tijdspanne] voor het paard hebt gezorgd, ben je de eigenaar

In tijden waarin het financieel vaak zwaar is om het met een paard ‘rond te breien’, krijgen steeds meer pensionhouders te maken met klanten die van de ene op de andere dag niet meer komen opdagen. De pensionhouder kan niet stoppen met voor het paard zorgen. De nota’s worden niet meer betaald. Wat dan? Kan je het paard verkopen. Ditzelfde verhaal doet helaas regelmatig opgeld in echtscheidingen waarin de (meestal) dochter van de ene ouder een paard heeft ‘gekregen’, de ouders gaan scheiden, de ouder die het paard in eigendom had, boos of verbolgen raakt, of het financieel niet meer kan bolwerken, en het paard wil verkopen. Dochter in verdriet en wendt zich tot het internet om te bezien welke mogelijkheden zij heeft.

 

Kort en goed: eigenaar wordt je slechts op één manier: als je van een bevoegde vervreemder (meestal: de vorige eigenaar) het paard onder rechtsgeldige titel (bijvoorbeeld koop of schenking) geleverd hebt gekregen. Niet meer en niet minder. De staleigenaar zal dus nooit eigenaar worden. Mogelijk is dat de eigenaar zegt: verkoop m maar, met de opbrengst mag je mijn nota’s voldoen. Als de stalhouder dan kiest om het paard liever zelf te ‘kopen’ en de koopprijs dus aan zichzelf te betalen, dan is dat mogelijk. Anders ontstaat er geen eigendom. De verdrietige dochter zal moeten aantonen dat zij het paard daadwerkelijk geschonken heeft gekregen.

 

Iets anders is het uiteraard als twee partijen zich ieder op het standpunt stellen dat zij eigenaar van een paard zijn en daar over bijvoorbeeld bij de rechter terecht komen. De rechter zoekt dan naar aanknopingspunten voor de beantwoording van de vraag wie de eigenaar van het paard is. Degene die daar de beste papieren voor heeft (zoals een contract, een verklaring van een vorige eigenaar, maar ook duidelijkheid over wie het nu eigenlijk ‘voor het zeggen had’ ten aanzien van het paard of wie daarvoor (ook in financiële zin) de eindverantwoordelijkheid droeg), kan als eigenaar worden aangemerkt. Maar het is niet andersom. Immers: behoorlijk wat topsportpaarden zijn niet eigendom van de ruiter, terwijl deze met zekere regelmaat toch ook de kosten van het onderhouden van het paard zelf dragen en daarvoor pas bij een eventuele verkoop voor worden gecompenseerd. Deze ruiters worden nooit eigenaar, want er zijn voldoende aanknopingspunten voor wie er dan wel eigenaar is.

 

Overigens is de strijd over het paard Vingino (Tommie Visser/Margriet van Beelen) wel onder deze noemer te scharen. Visser had enkele jaren de zorg voor het paard van Van Beelen gedragen en het paard sportief behoorlijk vooruit gebracht. Toen Van Beelen het wilde verkopen, meende Visser (mede-)eigenaar te zijn geworden. Zonder de zaak inhoudelijk te kennen, lijkt me dit standpunt juridisch onhoudbaar. Visser claimde immers niet een eigendomsaandeel van Van Beelen te hebben overgenomen, maar gerechtigd te zijn tot een deel van de verkoopopbrengst, hetgeen uiteraard iets volstrekt anders is. Hij heeft daarmee geen (goederenrechtelijke) zeggenschap over het paard, maar een (verbintenisrechtelijk) recht op een deel van de waarde van het paard.

 

Als je een paard niet hebt laten keuren bij de aankoop, kan je je niet op gebreken van het paard beroepen

Er zijn genoeg kopers die een paard dat zij kopen, niet door een dierenarts laten onderzoeken. Als zich dan (kort) nadien alsnog een probleem voordoet, rijst al snel de vraag: kan ik hiervoor de verkoper nog aanspreken? Op het internet hoor je dan ‘Nee, dat kan niet, want je hebt niet aan je onderzoeksplicht voldaan’. Dat is onzin. Ten aanzien van een paard waarvan vast komt te staan dat het ten tijde van de levering al aan een gebrek leed dat aan het normaal gebruik van het paard in de weg staat, dan kan de overeenkomst nog altijd worden ontbonden. Dit is pas anders indien de koper op de hoogte was van het gebrek of dat redelijkerwijs kon zijn.

Brengt ‘dat redelijkerwijs kon zijn’ nu met zich mee dat het paard door een dierenarts moet worden onderzocht en dat alles wat veterinair aan het daglicht gebracht had kunnen worden, daarom onder ‘redelijkerwijs kon zijn’ valt? Nee. In beginsel strekt die eis niet zo ver. De Hoge Raad heeft al lang geleden uitgemaakt (en herhaalt dat ook steeds) dat de verkoper alles moet vertellen waarvan hij kan verwachten dat de koper daar belang in zou kunnen stellen. De koper moet alle vragen stellen die voor hem relevant zijn. De koper moet ook doorvragen als het antwoord niet duidelijk (genoeg) is. Maar pas als de antwoorden van de koper aanleiding geven tot het doen van nader onderzoek, wordt dit van de koper gevergd. Kort gezegd: de verkoper kan zich niet verweren tegen het verstrekken van onvoldoende informatie door te zeggen dat de koper ook niet genoeg zelf op onderzoek is gegaan. Als het verhaal van de verkoper geen aanleiding geeft om nader onderzoek te doen, wordt dit niet gevergd. Er bestaat geen plicht tot het doen van enig veterinair onderzoek bij de aanschaf van een paard.

 

Floortje Maat is onze huisadvocate en schrijft regelmatig een juridische blog voor onze vereniging. Onze leden mogen gratis een juridische vraag stellen aan haar. 

Floortje Maat

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord