Wat elke paardenhouder zou moeten weten

Dinsdag 2 September 2014 werd een bijeenkomst gehouden voor onder andere paardenhouders. Hierbij werd een presentatie gegeven door Ada Pronk van de Gids Goede Praktijken vanuit Sectorraad Paarden en Wim Blokland de voorzitter van LTO vakgroep paardenhouderij sinds 2010. Ook werd er na afloop van de presentaties een rondleiding over Stal Willig gegeven door Martien Willig, waarna een netwerkborrel volgde. Marjon Joling was aanwezig voor Subli en iedereen kreeg een presentje van Subli mee naar huis.

In 2011 is er het paardenbesluit gekomen vanuit de dierenbescherming waar onder andere gesproken werd over het houden van 1 paard dat dit niet gewenst is. Hiermee is de sector aan de slag gegaan, samen met diverse stamboeken en in September 2011 is de Gids Goede Praktijken(hierna GGP genoemd) geboren. De GGP is voor elke paardenhouder/eigenaar.

Het paardenbesluit

Welzijn is de mentale toestand van welbevinden die ontstaat als het dier in voldoende mate in zijn natuurlijke behoefte kan voorzien en waarbij het dier vrij is van pijn en andere ongemakken.

De GGP is onderdeel van de wet Dieren. Het is een leidraad voor controleurs en instanties en het zijn de minimale eisen waar aan voldaan moet worden.

Een aantal van de onderwerpen die in de GGP staan werden besproken in de presentaties, deze onderwerpen en nog anderen zijn verder uitgewerkt in de GGP, de besproken onderdelen zijn:

Adequate voeding

Vrije toegang tot voldoende schoon drinkwater

Tenminste tweemaal daags voldoende ruwvoer aanbieden, tenzij er sprake is van beweiding in een wei met voldoende gras.

Box oppervlakte

voor individuele huisvesting is minimaal (2 x stokmaat) 2 voor pony’s kleiner dan 1,56 meter. De box oppervlakte is minimaal 10 m2 voor paarden groter dan 1,56 meter. Per 1 januari 2012 wordt deze standaard opgenomen bij toetsing van aanvragen voor nieuw- en verbouw van stallen. Er geldt een overgangsperiode van 15 jaar voor bestaande stallen om per 1 januari 2027 box maten aangepast te hebben.

Beweging

Paarden in individuele huisvesting krijgen dagelijks minimaal 4 uur beweging buiten de box, tenzij dit niet mogelijk is door specifieke omstandigheden zoals een gezondheidsrisico, ziekte of gebrek. Hieronder wordt verstaan; het paard kan in een paddock of weiland staan en zich vrij bewegen of bijvoorbeeld in een stapmolen lopen of bereden worden.

Lichthoeveelheid

De wenselijke lichthoeveelheid in stallen is minimaal 80 lux gedurende 8 uur per dag. Het liefst daglicht. Dit in verband met de vorming van vitamines zoals vitamine D. 80 lux is ongeveer een lamp boven een box van 100 watt. Of zoals door een van de paardenhouders werd gezegd; ‘zodat je nog net de krant kan lezen.’

Stallen en weides

Zijn deugdelijk en veilig. Er zijn geen uitsteeksels of andere zaken waaraan een paard zich zou kunnen verwonden. Er is een verbod op gebruik van prikkeldraad voor afrastering van paardenweides. Voor paarden die dag en nacht buiten verblijven moet een schuilgelegenheid aanwezig zijn (schuilstal of bossage in de vorm van bomen of struiken).

Met de schuilgelegenheden komen wat problemen kijken, omdat men te maken heeft met verschillende belanghebbenden zoals: landeigenaren, de gemeente, de dierenbescherming, de LTO, de KNHS, de overheid etc. ‘Hiermee moet heel duidelijk gecommuniceerd worden’ aldus Wim Blokland. Een oplossing hiervoor kan zijn is dat mensen afspraken met een pensionstalhouder om als de weersomstandigheden voor het paard niet goed zijn of ze dan het paard kunnen stallen.

Ook was er de regel dat een afrastering maar een meter hoog mocht zijn, maar daar hebben de LTO samen met Vereniging Eigen Paard bezwaar tegen gemaakt en nu mag het 1,5 meter zijn. Dit soort dingen moeten wel met zijn allen geregeld worden en iedereen moet meedoen als ondernemer.

Adequate preventie en behandeling tegen ziektes of aandoeningen zoals vaccineren en ontwormen.

Aantekening in het paspoort bij behandelingen die van belang zijn bij uitoefening van de sport. Zieke en/of kreupele paarden moeten de mogelijkheid hebben lijfelijk te worden afgezonderd van andere paarden. Het belasten van het jonge paard geschiedt met mate en aangepast aan de leeftijd. De samenwerkende partijen in de Sectorraad Paarden stellen in hun reglementen leeftijdsgrenzen vast. Het beslaan en bekappen van paarden gebeurt door een door de sector erkende hoefsmid. Paarden worden alleen door een gediplomeerde gebitsverzorger gecontroleerd en zo nodig behandeld. Het couperen van de staart is sinds 2004 verboden.

Paardenmarkten

Voor paardenmarkten zijn ook regels ontwikkeld zoals: Er moet altijd een dierenarts aanwezig zijn. Alleen gezonde dieren mogen er aangevoerd worden. De dieren moeten de mogelijkheid hebben om water te drinken. De paarden en pony’s mogen niet langer dan acht uur vast staan.

Spenen

Het spenen van veulens mag na minimaal vier maanden. Hierbij kan men kiezen om dit geleidelijk te doen of in een keer. Veulens mogen niet alleen grootgebracht worden, maar wel met meer veulens bij elkaar.

Stereotiep gedrag

Dit gedrag mag niet belemmerd worden. Tenzij het de gezondheid schaadt. Het is beter om op zoek te gaan naar de oorzaak van dit gedrag en proberen dat weg te halen of te verbeteren. Al kunnen sommige paarden ook na het verwijderen van de oorzaak het gedrag nog vertonen, omdat endorfine aan wordt gemaakt als dit gedrag wordt toegepast en paarden daar verslaafd aan kunnen raken.

Zweepgebruik

De zweep mag niet als straf gebruikt worden alleen als corrigerend hulpmiddel.

Transport

Voor transport willen ze graag dat de trailer gecontroleerd wordt en het liefst dat er een APK keuring voor komt. Ook was er het idee om de paarden te controleren op fitheid, maar dat is er niet doorgegaan omdat dat onbegonnen werk is. Met zulke rapporten moet je goed opletten dat zoiets er niet zomaar door komt, omdat er meerdere partijen zijn en er dan bijna niks mogelijk is. Wat wel afspraken zijn is dat op lang transport er airco moet zijn, de mogelijkheid om water te drinken en een camera om de paarden in de gaten te houden.

Presentatie Wim Blokland

De Vakgroep Paardenhouderij bestaat uit Wim Blokland als voorzitter, bestuursleden Arie de Groot en Edwin Hoekzema. De secretariële ondersteuning wordt gedaan door Kristel Kort.

Een vraag was: Wat kan je doen om zo goedkoop mogelijk, met een bestaand gebouw, aan de regels te voldoen? Hiervoor zijn diverse mogelijkheden om dit op te lossen, waarbij de oplossing per locatie en doelgroep kan verschillen. Ook werd gezegd dat men hiervoor moet samenwerken en dit wordt gedaan door LTO Noord, LLTB en ZLTO. Samen zijn zij Sector paard LTO Nederland.

Sectorraad paard bestaat uit diverse onderdelen, namelijk: Sport, fokkerij, stamboeken, federatie, hippische ondernemers en de LTO.

Sectorraad paard werkt met zes thema’s: Welzijn, ruimtelijke ordening, diergezondheid, I&R, fiscaal-en economisch beleid en onderwijs.

KWPN zou wat kunnen betekenen op diergezondheid door het registratiebeleid te verbeteren door middel van opschoning van de database van paarden. Vier studenten van het CAH Dronten gaan kijken hoe men dit kan verwezenlijken.

Wat houdt de Vakgroep bezig

De vakgroep houdt zich bezig met: BTW, RO handreiking, RI en E voor de registratie en evaluatie van stagaires, monitoring van dierziekten (West Nijl Virus, Equine Infectieuze Anemie etc.), paardennet.com(va. 2010) en Identificatie & Registratie van dieren.

Stichting veilig paardrijden

De stichting veilig paardrijden is er om nagenoeg iedere accommodatie waar paarden en/of pony’s aanwezig zijn, het Veiligheidscertificaat te kunnen vergeven, indien aan de gestelde criteria wordt voldaan. Mocht hier iets niet in orde zijn dan kan er een boete volgen wat wettelijk geregeld is, dit gebeurd vanuit het Stigas wat een dienstverlening is voor werkgevers, zelfstandigen en werknemers.

Ziekten

Bijvoorbeeld over ziekten zijn er veel discussies, omdat er wel mogelijkheden zijn, maar die vaak veel geld kosten en mensen dan vaak niet willen meewerken. Het is een beetje geven en nemen en door goed overleg tot een goede oplossing komen. Op dit moment zijn er misschien geen grote problemen, maar door het warme weer is er wel meer kans op ziekten die van het buitenland komen of nog onbekende ziekten.

Chippen

Met de chip is elk dier altijd herkenbaar als het chipnummer in het paspoort staat. Een veulen moet uiterlijk binnen 6 maanden na de geboorte gechipt en het paspoort aangevraagd worden. Over de mogelijkheden met de chip kan nagedacht worden, zoals informatie over de locatie van het paard, de eigenaar van het paard en wedstrijdresultaten. Hierbij moet uiteraard gekeken worden naar wat mogelijk is qua technologie en of de chip dan niet groter wordt wat eventueel het welzijn van het paard kan beïnvloeden.

De LTO werkt graag samen met Vereniging Eigen Paard, omdat de vereniging zelf al 2500 leden heeft en daarmee een grote doelgroep wordt bereikt.

Ruiterroutes

Problemen hierbij gaan over: mest opruimen op straat, honden op het ruiterpad en beschermde gebieden met diverse sleutels om daar te mogen rijden of juist een verbod om ergens te rijden. Hierbij is het belangrijk als ruiterroutes worden uitgestippeld, dat er overlegd wordt met landeigenaren en niet alleen een digitale ruiterroute wordt aangelegd. Een voorbeeld hiervan wordt genoemd over een orchidee veld waar een digitale route gepland was, maar niet overlegd was met de eigenaren van het orchidee veld. Het advies voor dit soort problemen is; om dit op regionaal niveau te overleggen en op te lossen.

Conclusie

De rode draad van het verhaal is: Dat het belangrijk is om met elkaar te blijven overleggen over verschillende innovatieve oplossingen voor diverse problemen. Anders kan het zonde zijn, omdat een plan waar veel geld en tijd in is gestoken niet door kan gaan, doordat het plan niet met alle belanghebbenden overlegd is.

Stal Willig, door Martien Willig

Martien Willig is begonnen met voetballen. Dat wilde hij eigenlijk heel graag, maar dat was niks voor hun, omdat zijn ouders gek waren van paarden. Toen hij tien jaar was kochten zijn ouders een goede pony voor hem. Later ging hij pony’s en paarden fokken, beleren en verkopen. Vervolgens ging hij ook paarden voor andere mensen beleren. Eerst werkte hij overdag nog in de bouw en dan deed hij ’s avonds nog de paarden, maar later werd de focus gelegd op de paarden. Het heeft zes jaar geduurd om de vergunningen te verkrijgen en in de crisis tijd werden ze verkregen. Toen is er even getwijfeld, maar toch gekozen om te starten met het eigen bedrijf, ‘omdat je beter in een slechte tijd kan beginnen dan in een betere tijd’ aldus Martien, want dan kan het alleen maar beter gaan. Op dit bedrijf worden paarden beleerd en uitgebracht op wedstrijd. Verder is er een vergaderlocatie aanwezig, waar ook managementtrainingen worden gegeven. Stal Willig heeft eigen opfok staan en opfok voor derden. Ook is er de mogelijkheid voor pensionstalling.

Door: Nanda Ploegaert

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie